Waarom moet je oppassen voor teken?

De teek

Teken zijn geen insecten, maar een soort spinnen. (Insecten hebben 6 pootjes en spinachtigen hebben er 8!)

Teken zijn piepkleine beestjes die leven van bloed, het zijn eigenlijk een soort kleine vampiers. Het maakt ze niet zoveel uit of dat bloed is van muizen, eekhoorns, egeltjes, hazen, reeën, katten, honden of mensen. Wat het eerste voorbij komt, gebruiken ze als zogenaamde “gastheer”.

De moederteek legt zo’n 2.000 – 3.000 piepkleine eitjes. Een teek die net uit het eitje komt heet een larve. Die zie je op de duimnagel rechts onderaan. Ze zijn met het blote oog bijna niet te zien. Een teek in het larve-stadium heeft nog maar 6 pootjes. De meeste tekenlarven gaan op zoek naar muisjes om bloed van te eten. Maar als er een ander dier of een mens in de buurt van de net uitgekomen eitjes is, dan gaan ze daar naartoe.

Als ze genoeg gegeten hebben, laten ze zich van het muisje – of andere gastheer - afvallen en zoeken een rustig plekje om te vervellen. Dan worden ze een zogenaamde nimf. Die zie je op de duimnagel rechts boven. Ook een nimf is nog maar heel klein, hooguit een millimeter: kleiner dan een speldenknopje. Maar heeft al wel 8 pootjes.

Ook de nimf moet weer op zoek naar een gastheer om te eten. Alles dat bloed heeft is lekker: een merel, die op de grond scharrelt, een muisje, een egel of een kindje. Als ze een gastheer of gastvrouw gevonden hebben bijten ze zich daarin vast en beginnen aan de bloedmaaltijd. Als ze genoeg gegeten hebben, laten ze zich weer vallen en vervellen weer. Dan worden ze een volwassen teek. Er zijn dan mannetjes en vrouwtjes teken.

De mannetjes zijn kleiner dan de vrouwtjes, hebben maar één kleur en eten geen bloed. Die links onder op de nagel is een mannetje.

Het vrouwtje – linksboven – heeft een rood-bruin achterlijfje. Dat lijfje is heel rekbaar: ze moet namelijk heel veel bloed drinken om eitjes te kunnen leggen en dat bloed moet ergens bewaard worden. Als ze helemaal vol zit is ze wel 10 keer zo groot als toen ze begon! Ze lijkt dan een beetje op een grijze erwt met pootjes.

Teken brengen ziektes over

Teken zijn op zich helemaal niet gevaarlijk. Je voelt het zelfs niet als hij zich in je velletje boort. Het doet helemaal geen pijn, zoals bij een bijen- of wespenprik. En het jeukt meestal niet zoals bij een muggen- of vlooienbeet. Dat komt omdat in zijn speeksel een verdovend stofje zit, waardoor je niets merkt van zijn beet.

Maar in dat kleine teekje leven soms nog veel kleinere, gevaarlijke ziekmakers, zoals bacteriën of virussen. En terwijl de teek zich lekker tegoed doet aan zijn bloedmaaltijd, zwemmen die bacteriën bij de gastheer of gastvrouw naar binnen.

Lang niet alle teken hebben bacteriën, virussen of parasieten bij zich, maar je kunt het niet aan een teekje zien of dat wel of niet zo is. Als hij wel bacteriën, virussen of parasieten bij zich heeft, zeggen we dat de teek is besmet.

De meeste beesten, zoals bijvoorbeeld muizen, vogels, egeltjes, katten en reeën hebben helemaal geen last van die bacteriën. Ze worden er niet ziek van.

Maar wij mensen worden wél ziek van de bacteriën die de teek bij zich draagt. De bekendste bacterie is de zogenaamde Borrelia bacterie. Als je die binnenkrijgt, kan je de ziekte van Lyme krijgen. En dat kan een heel nare ziekte zijn.

Waar leven teken?

Je zult een teek nooit lekker zien zonnebaden: ze houden niet van droogte en zon.

Ze zijn gek op vochtige, donkere plekjes. Dus terwijl ze wachten op een gastheer, leven ze onder afgevallen bladeren in de tuin, in bosjes en struiken en in ongemaaid, hoog gras. Ze komen dus veel voor in het bos, maar ook in struiken in tuinen en in de duinen.

Larven komen zelden hoger dan 50 centimeter, een nimf komt misschien wel tot een meter hoogte en een volwassen teek komt ten hoogste tot anderhalve meter. Ze klimmen niet in bomen en kunnen daar dus ook niet uitvallen.

Teken zijn geen snelle lopers en ze kunnen niet springen, ze blijven heel geduldig zitten wachten tot er een gastheer (of gastvrouw) langs loopt. Sommige teken kunnen makkelijk een jaar zonder eten, dus zonder bloed.

Je kunt zelf veel doen om te zorgen dat het risico op ziek worden door een teek zo klein mogelijk is. Ga hier snel naar de Tekencheck!

Laatst gewijzigd: 24 jan. 2022